Conclusie van het PBL op basis van RIVM rapporten over ammoniak is wetenschappelijk onjuist.


Volgens het rapport ,emissiearm bemesten geŽvalueerd,van het PBL wordt door emissie-arm bemesten een reductie van 60 tot 70% ten opzichte van bovengronds aanwenden voor ammoniak gehaald en is de emissie van ammoniak gedaald van 220 kton ammoniak in 1990 naar 123 kton nu. Dit is een daling van 44%.
Deze conclusie wordt onderbouwd door modellen en aannames gebaseerd op onderzoek bij emissiearm aanwenden van mest.
Al deze onderzoeken zijn gebaseerd op slechts 4 dagen emissie onderzoek.
Maar als men naar de gemeten ammoniak concentratie in de buitenlucht van het landelijk meetnet luchtkwaliteit kijkt, waarbij de ammoniak continu gemeten wordt, dan is deze gemiddeld over Nederland gedaald van 10,6 microgram ammoniak per kuub lucht in 1990 naar 8,3 microgram in 2006.
Dit is slechts een daling van 23%!! Dit verschil heeft het RIVM nooit verklaard.
Direct na de invoering van de wet emissie arm aanwenden bleek al dat deze wet geen invloed had op de gemeten ammoniak concentratie in de buitenlucht.
In het RIVM rapport: Evaluatie ammoniak emissiereducties met behulp van metingen en modelberekeningen (rapport 722108025), blijkt dat de ammoniakemissies in de periode 1990-1997 met 35% zouden moeten dalen, in de gemeten ammoniak concentratie wordt echter geen daling waargenomen.
Dat de ammoniakconcentratie in de lucht niet daalde, wordt gedeeltelijk verklaard door vermindering van zwavel en doordat in de jaren 1995, 1996 en 1997 de weersomstandigheden uitzonderlijk waren.
Hoewel in de jaren daarvoor waarin de weersinvloeden normaal waren er ook geen ammoniakdaling plaats vond, vind men toch dat dit een verklaring kan zijn waarom de gemeten ammoniak concentratie niet daalde.
Men heeft hiermee maximaal 30% van het verschil tussen meting en model verklaard.
Het RIVM heeft in totaal twee maal de uitrijdemissies aangepast.
Na de eerste aanpassing schreef het RIVM in de milieubalans van 1999 al : sinds 1990 zijn de uitrijdemissies met ruim 35% gedaald, terwijl oude berekeningen een daling van 75% laten zien.
Uit het RIVM rapport: Het ammoniakgat: onderzoek en duiding (rapport 680150002/2008) , blijkt dat men wel heeft ontdekt dat bemest land vrijwel continu re- emissies heeft van ammoniak.
Na dit rapport is de uitrijdemissie weer bijgesteld.
Het emissie arm uitrijden van mest werkt als een emissie-vertrager en voorkomt per saldo nauwelijks emissies van ammoniak.
De stikstofuitspoeling en lachgasemissies nam door emissie arm aanwenden in de periode 1990-1995 met 21 miljoen kilo (42%) (CBS cijfers) en 5 miljoen kilo (23%)( uit milieucompendium 2004 MNP) toe.
Na invoering van minas en daling van de veestapel zijn alle emissie uiteindelijk weer gedaald.
Het stikstofoverschot is in de periode 1990 tot 2005 met 46% gedaald.
Het is dan ook meer realistisch om de invloed van emissie arm uitrijden op ammoniak, stikstofuitspoeling en lachgas direct de eerste jaren na invoering te bekijken , over de hele periode tot nu hebben andere factoren zoals minas en veestapel daling grote invloed op het resultaat.
Het emissie arm uitrijden zorgt nauwelijks voor vermindering van ammoniak en de stikstofuitspoeling en vervluchtiging van lachgas zorgen voor extra verlies van stikstof voor de bodem.
Het emissie arm aanwenden zorgt voor aanzienlijke schade voor de land en tuinbouw ten opzichte van gewoon bovengronds aanwenden van mest.

Ing. Paul blokker
Broerdijk 10
Midwoud
Tel 0229-201734

Reactie Contact